Geen exotische vogels in een dierentuin

Dinsdag 24 juli 2001

Curator Evelino Fingal maakte een selectie uit Antilliaanse kunst. Maar wat is het Caribische bloed in dit werk?

Van onze medewerker,
Merlijn Schoonenboom
Rotterdam

        " Een tentoonstelling van Antillianen? Dat wordt zeker vrolijk en kleurrijk, denken mensen. Wuivende palmbomen, landschapjes en kneuterig gedoe." Evelino Fingal, curator van de expositie Sanger Caribanse in het Rotterdamse kunstcentrum TENT, lacht erbij.

         En inderdaad, onvermijdelijk: "Onze kunstenaars lachen altijd", speecht de gevolmachtigde minister van Aruba A. Croes op de opening. De kunst had hij blijkbaar nog niet gezien, want vrolijk is die allerminst.


 

Carrilho: La femme et l'oiseau    

         "Sommige kunstenaars reageerden heel heftig toen ik ze vroeg af ze aan de tentoonstelling wilden meedoen", ervoer Fingal, die eerder op Aruba de weg voor nieuwe beeldende kunst baande als directeur Culturele Zaken en directeur van het Archeologisch Instituut. "Die zeiden: als het alleen om de kunst gaat horen we niets, en nu het om de Antilliaanse afkomst gaat, moeten we opdraven. Ik had dat dubbele gevoel ook wel." Maar hierdoor krijgen kunstenaars ook weer een kans.

         De tentoonstelling Sanger Caribense (Caribisch Bloed) is het laatste onderdeel van drie jaar culturele uitwisseling tussen Nederland en de Antillen. Nederlandse kunstenaars gingen naar de Antillen, en Antilliaanse kwamen hierheen. Ter afsluiting komt in december een grote overzichtstentoonstelling van Caribische kunst. Maar nu is eerst deze derde "groep" bedacht: kunstenaars met een Antilliaanse achtergrond, die in Nederland wonen.

        " Ik dacht dat ze mij vroegen om een Nederlandse bril te vermijden" zegt Fingal, maar er was al een selectie van 23 kunstenaars gemaakt waaruit hij er uiteindelijk negen koos.

        " Tijdens de atelierbezoeken begreep ik: dit wordt wel heel anders dan de mensen verwachten. Er is op het terrein van kunst in Zuid-America en het Caribisch gebied de laatste tien tot vijftien jaar zeer veel gebeurd. En in de Verenigde Staten en Duitsland is er al veel belangstelling voor. Daar hebben ze in Nederland nog geen notie van." Maar deze kunstenaars hebben hun opleiding buiten de Antillen gekregen, meestal gewoon in Nederland. Dus, vraag je je af, wat is dan het "Caribisch Bloed" in hun werk?

         Fingal reageert voorzichtig. Bang om de kunst te reduceren tot "Antilliaans" tot" een exotische vogel in de dierentuin". Het wisselt met dat bloed, besluit hij: "de ene kunstenaar is opvallend sterk bezig met de culturele achtergrond, een ander helemaal niet."

         Doodzwijgen van de Antilliaanse kleuren + beelden. (2001) van Ruben de la Cruz is heel direct en met onverholen woede gericht op het koloniale verleden. Het is een installatie van visnetten, een klomp, felgekleurde verfstrepen, stukken gekopieerde kranten en geschreven teksten.

         Daartegenover staan foto's van Louis Brown. De fotoserie Adri (2001) toont op een zachtaardige manier de seksualiteit en sensualiteit van ouderen. En ook de bijna "medische" fotografie van Jossy Albertus houdt zich niet met een "Caribisch" thema bezig.

         Fingal: "De mate waarin de vraag 'ben ik Antilliaan' een rol speelt, is afhankelijk van de manier waarop iemand in Nederland ontvangen is. Vaak gaan mensen zich deze vraag pas stellen als ze hier komen. Op Aruba hebben ze moeite te omschrijven wat kenmerkend voor ze is. Door de mengeling van veertig nationaliteiten is er niet een dominerend cultureel kenmerk. Je ervaringen hier kunnen heel heftig zijn: Dan probeer je een antwoord te zoeken."

         Sommigen grijpen terug naar de geschiedenis. Nelson Carrilho verwerkte bijvoorbeeld Afrikaanse maskers in zijn Fools Parade  (1996). "Ik merkte duidelijk dat hij zoekt naar zijn achtergrond. Hij heeft ervaren dat de deuren dicht gingen omdat hij donker is." Maar, benadrukt Fingal, de kunst mag niet in een vakje gestopt worden.

         Of zoals kunstenaar Reynalod Chirino stelt: "Ik wil de Antillianen hier wakker schudden, maar mijn kunst kun je ook in New York laten zien." Zijn enorme mensenfiguren, gemaakt van schoenzolen, beelden de problemen van Antilliaanse gezinnen uit: de vrouw "probeert haar best te doen", en de man lat zich bevredigen door een andere, Nederlandse vrouw. "Mijn strijd is humoristisch. We moeten de waarheid zeggen, maar we mogen er ook om lachen. Niemand kan je in een hoek zetten. Alleen jijzelf."

Sanger Caribanse
TENT Centrum Beeldende Kunst
Witte de Withstraat 50,
Rotterdam
T/m 20-08.
Open: di-zo van 11 tot 18 uur.

 

 

 

Contact Nelson Carrilho          

 

 

 

 

 

If you did not enter this page through the main page

Go to the main Page          

 

 

 

 

 

 

 Webdesign by Marc Marc Amsterdam . marcmarc@xs4all.nl - www.xs4all.nl/~marcmarc