Altijd op Reis

Architecten uit de voormalige koloniën
aan het werk

Uitgeverij THOTH
Door Marga Kuperus & Harkolien Meinsma
fotos: Sylvia Carrilho
1994 ISBN 90 6868 078 1

         "Als beeldend kunstenaar heb je meer mogelijkheden dan een architect om je culturele achtergrond in je werk tot uitdrukking te brengen. Waar het op aan komt is kwaliteit. Je moet laten zien dat je goed bent. Dat legt een extra druk op je als allochtone kunstenaar.

         Tegenwoordig is die druk minder. Er is meer belangstelling gekomen voor het werk van kunstenaars uit andere culturen. Nu ervaar ik mijn achtergrond juist als gunstig omdat ik voor mijn inspiratie uit twee culturen kan putten."

         Nelson Carrilho werd geboren op Curaçao op 30 maart 1953. Zijn ouders zijn beiden afkomstig uit Suriname. Ze verhuisden naar Curaçao omdat zijn vader op Curaçao bij de Shell een baan kon krijgen. Onder de voorouders van zijn vader komen zowel Portugese Joden als Indianen voor. Zijn moeder is een negerin, geboren op Antigua. Eind vorige eeuw was de overgrootmoeder van Nelson in levenden lijve te zien op de wereldtentoonstelling in Amsterdam. Men wilde toen de Nederlanders laten zien welke verschillende bevolkingsgroepen in Suriname wonen.

         Nelson heeft tot zijn twaalfde jaar op Curaçao gewoond. In 1965 is hij met zijn ouders, drie broers en een zus naar Nederland gekomen. Eerst naar Amsterdam-Osdorp en daarna naar Zaltbommel.


 

Uit de serie: Quo vadis 1993    

         Achteraf vindt hij dat jammer dat hij in zijn jeugd nauwelijks in aanraking kwam met de Antilliaanse cultuur. "Alles was op Nederland gericht. We leerden Nederlandse geschiedenis en aardrijkskunde. We kregen heel weinig over de eigen cultuur te horen. Dat leerde ik pas later, via mijn danslessen."

 

Dans als inspiratiebron

         Een belangrijk moment in het leven van Nelson deed zich voor op zijn achttiende verjaardag. Van zijn familie kreeg hij een dansles cadeau bij de Afrikaanse dansleraar Cise. Deze gaf dans- en expressie lessen in Amsterdam en was tevens verbonden aan het Afrika museum in Berg en Dal bij Nijmegen.

         "Het klikte meteen. Hij werd mijn dansmentor. Ik begon met de Antilliaanse dansen, maar omdat ik dat inhoudelijk te beperkt vond, schakelde ik over op de Afrikaanse richting. Ik kreeg les in dans, drum en zang. Van Cise heb ik veel geleerd over de Afrikaanse taal, de muziek, de dans en over expressie; allemaal onderwerpen die ik op de lagere school had gemist. Cise had een tekort aan mannelijke dansers en al snel vroeg hij mij om hem te assisteren."

         Dansen, lesgeven en optreden is nog steeds een belangrijke nevenactiviteit van Nelson. Maar de dans is voor Nelson vooral een belangrijke inspiratiebron bij zijn werk als beeldhouwer.

         In Zaltbommel heeft hij de MULO gedaan. Hij mocht niet door naar de HAVO, want daarvoor waren zijn cijfers te laag. Met alleen MULO kon hij ook niet naar de Kunstacademie, wat hij graag wilde. Dus ging hij naar de MEAO en daarna toch naar de HAVO. "Die tijd in Zaltbommel was eerst wel aardig. Wij waren de eerste ' anders gekleurden' daar en dat had voordelen. Ik kreeg veel aandacht." Later heeft hij zich er vaak verveeld. Zo inspirerend was die omgeving niet. Hij zat thuis veel te tekenen. September 1974 heeft hij zich eindelijk kunnen laten inschrijven bij Artibus, de Academie voor Beeldende Kunsten te Utrecht. Hij koos beeldhouwen als specialisatie. Vooral zijn ouders stimuleerden hem om toch alsnog naar de Academie te gaan. Zij drongen er bij de kinderen sterk op aan om te gaan studeren. Zijn broers en zus zijn nu respectievelijk filmproducent, hoofdonderwijzer, ingenieur en andragoog.

         Nelson heeft de Academie vrij onopvallend en schools doorlopen. "Anderen probeerden zich al tijdens hun studie als kunstenaar te profiteren. Ik niet. Ik had mijn handen vol aan alles dat ik moest leren over materialen en technieken. Buiten de Academie om had ik mijn danspraktijk."

         Nelson maakte een scriptie over beweging in de beeldhouwkunst. Daarbij concentreerde zich op Giacometti, voor wie hij grote bewondering heeft.

 

Moeder Rots

         Na zijn studie lukte het Nelson aanvankelijk niet om als beeldend kunstenaar aan de kost te komen. Hij stond net op het punt zich als wiskundestudent te laten inschrijven, toen hij de opdracht kreeg een monument te maken ter nagedachtenis aan Kerwin Duinmeyer, een jonge Antilliaan die om zijn huidskleur werd vermoord. Nelson was in die tijd de enige allochtone kunstenaar die voor die opdracht in aanmerking kwam. Deze uitdaging is hij aangegaan. De algemene verwachting was dat hij een evenbeeld van de vermoorde Antilliaan zou maken, maar Nelson koos ervoor 'Moeder Rots' te verbeelden. "Moeder Rots is een symbool van kracht en onverzettelijkheid. Een sterke vrouw op de Antillen noemen wij een Mama baranka (baranka is rots). Je symboliseert daarmee de kracht van zwarte mensen in de maatschappij. Moeder Rots is vergelijkbaar met 'Moeder Aarde' in andere culturen, maar omdat Curaçao nu eenmaal uit rots bestaat is het daar 'Moeder Rots' geworden." Het beeld staat op een opvallende plek in het Vondelpark en vindt veel waardering.

         Zijn tweede grote opdracht betrof een beeld in het Westerpark in Amsterdam, dat een symbool moest zijn voor het multiculturele karakter van de Amsterdamse samenleving. Hij maakte het beeld 'Dragers van Verre', twee figuren die als het ware hun culturele bagage op hun hoofd met zich meedragen. De tekst bij dit beeld luidt dan ook:" Laat ons alleen erbij stilstaan, dat elk mens, waar hij of zij ook vandaan komt of naar toegaat, zijn culturele bagage altijd meeneemt en uitdraagt, opdat wij te alleen tijde de schoonheid ervan mogen ervaren."

 

 

'Moeder Rots', beeld in het Vondelpark te Amsterdam. Gemaakt ter nagedachtenis aan de racistische moord op de jonge Anttiliaan Kerwin Duinmeyer, 1985.

 

         Ook dit kunstwerk leverde hem veel waardering op. Hij denkt dat hij naar aanleiding van dit beeld is uitgenodigd om in de commissie Beeldhouwkunst van de Amsterdamse Kunstraad zitting te nemen. Dat heeft hij maar kort volgehouden. " Het ging daar vooral om beroemde namen en kunstenaars die men persoonlijk kende. Die kregen het grootste deel van de opdrachten." Vergoelijkend voegt hij eraan toe:" Er zijn maar weinig mensen die de kwaliteit van een beeldhouwwerk werkelijk inhoudelijk kunnen beoordelen. Je moet er zelf mee bezig zijn, wil je beelden goed op hun waarde kunnen schatten."

 

Eenvorm en veelvorm

         Voor Nelson brak mede naar aanleiding van het maken van het beeld 'Dragers van Verre' een periode van intensieve bezinning aan. Hoe wilde hij zich uitdrukken in zijn beelden? Zijn opleiding was louter Europees georinteerd. " In de westerse wereld gaat het erom zoveel mogelijk weg te laten. Men is op zoek naar 'de eenvorm'. Typisch voor de Afrikaanse cultuur is de meervorm of veelvorm. Die is te horen in de samengestelde ritmes van de muziek, in de taal en te zien in de kleding, maar ook in de dans. In een Europese dans gaat het erom een beweging uit te drukken. Een Afrikaan danst vanuit verschillende centra in zijn lichaam." Voor Nelson werd het een uitdaging die veelvorm ook in zijn beelden uit te drukken.

 

Eigen beeldtaal

         De laatste drie jaar is er in Nederland steeds meer waardering voor Nelsons werk gekomen. Ook international is de belangstelling de laatste tijd sterk toegenomen. Veel galerieën nemen zijn beelden in hun collectie op. 't Liefst werkt hij vrij aan de hand van een thema dat hij zichzelf stelt. "Beeldhouwen is onderzoek. Soms verken je een bepaalde mogelijkheid. Dat levert dan een resultaat op. De keer daarop onderzoek je een andere keuze die je had kunnen maken. De resultaten die op deze wijze ontstaan, lenen zich goed om via galerieën te verkopen. Die beelden zijn ook niet zo groot en zo zwaar."

         Deze wijze van werken is mede ontstaan om toen hij met drie anderen een expressie groep vormde die zich erop richtte Afrikaanse thema's te verbeelden. Ze traden bijvoorbeeld op bij openingen van tentoonstellingen. Deze groep beeldde met behulp van verschillende expressie vormen zelf gekozen onderwerpen uit, zoals 'De verhalenverteller' , 'Moeder Rots' en 'De paradijsvogel'. "Dan ga je vanzelf anders werken. Want hoe beeld je een vogel uit zonder kleur? Zo ontstond voor mij de veelvorm. Het is niet erg dat niet iedereen die herkent. De mensen moeten zelf maar bedenken wat ze in een beeld zien. Kinderen herkennen het wel, die veelvorm." Momenteel is Nelson met het bestuur van een school in Amsterdam-Zuidoost in onderhandeling over het plaatsen van een dergelijk beeld bij die school.

         Deze onderzoeksmatige manier van werken volgt Nelson nog steeds. Op die manier ontwikkel ik mijn eigen beeldtaal. Ik ben dan vrijer dan bij het uitvoeren van een opdracht. Bij een opdracht heb je te maken met een bepaalde plek en met de verwachtingen van de opdrachtgever."

 

 

 

'Dragers van Verre', beeld in het Westerpark te Amsterdam, Symbool voor het multiculturele karakter van de stad, 1989.

 

         Toch maakt Nelson ook regelmatig beelden in opdracht. Zo maakte hij bijvoorbeeld in opdracht van de familie Van dorpel een beeld van Steven van Dorpel, een van de voetballers die omkwam bij de vliegramp op Zanderije in Suriname. "Dat is een traditioneel beeld geworden. Ik stelde me als doel dat het beeld niet alleen een voetballer in actie zou weergeven, maar dat het ook nog op Steven zou lijken. Er waren wel foto's van hem, maar niet in actie. Ik heb toen samengewerkt met zijn moeder. Die kwam steeds kijken. Bij de onthulling was men heel enthousiast. Mensen die hem gekend hadden, zeiden, dat het goed te zien was wie het voorstelde."

         De laatste tijd is Nelson ook veel aan het schilderen. "Als beeldhouwer ben je veel met ongezonde materialen en technieken bezig. Bij schilderen is dat minder het geval. Bovendien nemen grote beelden op je atelier veel ruimte in beslag. Mijn schilderijen zijn te zien als voorstudies voor nieuwe beeldhouwwerken."

 

Tweemaal zo goed

         Lang niet alles wat Nelson maakt, komt in een galerie terecht. Hij stelt zichzelf hoge eisen. Nog altijd vindt hij het een spannend moment om een werkstuk in de openbaarheid te brengen. Vooral toen hij net begon, trok hij zich een afwijzing zeer persoonlijk aan. Steeds dacht hij dat een afwijzing te maken had met zijn andere culturele achtergrond; dat men neerkeek op allochtone kunstenaars. Zijn conclusie was dat hij ervoor moest zorgen tweemaal zo goed te zijn als zijn collega's. Nu er meer erkenning voor zijn werk is, raakt die faalangst meer op de achtergrond. Toch laat hij een nieuw beeld eerst drie maanden staan. Pas dan heeft hij voldoende afstand kunnen nemen om te beoordelen of het beeld goed genoeg is geworden.

         Nelson wil op kwaliteit worden beoordeeld. Zodra hij merkt dat er iets neerbuigends in de beoordeling meespeelt, iets van 'wat kunnen die allochtonen dat toch aardig', krijgt hij de neiging om zich weer met iets anders bezig te houden. Dat speelde bijvoorbeeld bij een dansvoorstelling. Toen het commentaar zich beperkte tot:"wat kunnen die zwarten toch goed met hun kont draaien.", hield Nelson het tijdelijk voor gezien.

         Voor zijn beeldhouwwerken ligt de zaak vooralsnog anders. Vooral op de Antillen is het werk van Nelson momenteel zeer in trek. Daar is zowel onder de blanke als de zwarte bevolking een warme belangstelling te bespeuren voor de culturele 'roots'. De kunstenaars die op de Antillen wonen maken echter veelal op het westen georienteerd werk. Daarom is er veel waardering voor het werk van Nelson en de intenties die hij daarin verwerkt.

         "Juist op Curaçao is dat niet verwonderlijk. Want vergeleken met de omliggende Caraibische eilanden is Curaçao het meest blanke eiland. Er is maar bitter weing over van de oorspronkelijke bevolkingsgroepen. Op Jamaica bijvoorbeeld is de sfeer heel anders. Ik was daar te gast bij een kunstacademie en was onder de indruk van de veelheid aan expressievormen die daar konden worden beoefend."

 

         "Maar waar je ook vandaan komt en welke stijlen je ook hanteert, je hebt uiteindelijk met jezelf te maken. Als een westerling de salsa gaat dansen, zal hij of zij dat noit zo doen als iemand die daarme is opgevoed. Maar dat is juist leuk. Zo krijg je allemaal variaties die aan elkaar verwant zijn.

         Voor mij gaat het erom dat ik het beste dat er in me zit in mijn werk tot uitdrukking breng. En hoe men dat dan plaatst of interpreteert, dat is de zorg van anderen."

 

Vierkanten en rechthoeken

         Gevraagd naar het mooiste gebouw in Amsterdam, antwoordt Nelson zonder aarzelen:"Het Rijksmuseum. Daar is voor een kunstenaar zo veel aan te zien. Dat is fantastisch."

         Nelson noemt zichzelf een klassiek beeldhouwer. "Een beeld is het resultaat van een gevecht, waarbij het erom gaat weerbarstige materialen in en door jou gewenste vorm te brengen. Veel beelden worden tegenwoordig achter een tekentafel ontworpen en door een technisch bureau uitgevoerd. Dat gaat aan de essentie van het beeldhouwen voorbij. Aan een heel aantal beelden in Amsterdam-Zuidoost kan je zien dat ze op deze wijze zijn gemaakt. Tot op zekere hoogte kan je zeggen dat die omgeving om dergelijke beelden vraagt. Het sluit aan bij de massale, onpersoonlijke aanpak van die wijk."

         Nelson vindt over het algemeen de gebouwde omgeving in Nederland vrij saai. "Vliegend boven Nederland zie je alleen maar vierkanten en rechthoeken. Dat geldt zelfs voor de bossen. Rijd je met een auto door Nederland, dan lijkt elk dorp op het vorige en zijn alle niuwbouwwijken hetzelfde. Ook de meeste gebouwen zijn vierkant of rechthoekig. Het lijkt wel een schilderij van Mondriaan. Ook de openbare ruimte is rechthoekig. Wanneer je als kunstenaar in die ruimte en beeld mag maken is die vorm eigenlijk wel prettig, want daarmee kan je nog veel kanten op. Voor de architecten ligt het anders. Kijk, ik kan de meest extreme dingen maken, zij natuurlijk niet."

 


Zonder titel, berg Arrarat te Curaçao    

 

 

 

Contact Nelson Carrilho          

 

 

 

 

 

If you did not enter this page through the main page

Go to the main Page          

 

 

 

 

 

 

 Webdesign by Marc Marc Amsterdam . marcmarc@xs4all.nl - www.xs4all.nl/~marcmarc