Op zoek naar Antilliaanse invloeden

Kunst
Dinsdag 31 juli 2001

"Op zoek naar Antilliaanse invloeden"
Tentoonstelling: Sanger Caribense / Caribisch Bloed
T/m 20 augustus in TENT
Centrum Beeldende Kunst
Witte de Withstraat 50, Rotterdam
Di t/m zo 11-18 uur

Door Sandra Smallenburg

Ze hebben weinig met elkaar gemeen, de negen kunstenaars die deelnemen aan de tentoonstelling Sanger Caribense in het Rotterdamse kunstcentrum TENT. Ze maken gebruik van verschillende materialen en media, ze werken in verschillende stijlen, hebben allemaal een andere thematiek en horen tot verschillende generaties. De enige reden dat hun werken hier samen getoond worden, is omdat ze "Caribisch Bloed" door hun aderen hebben stromen. De negen kunstenaars zijn geboren in Curaçao en Aruba, maar wonen inmiddels allemaal in Nederland.


 

Nelson Carrilho: Uit de serie 'Homos Religiosos'    

        Het komt de laatste tijd steeds vaker voor dat groepstentoonstellingen samengesteld worden op basis van de afkomst van de kunstenaars. Tentoonstellingen met werk van bijvoorbeeld uitsluitend Britse, Japanse, Chinese, Zwitserse of Arabische kunstenaars zijn aan de orde van de dag. Vaak zijn het niet de beste tentoonstellingen, omdat - net als bij bijvoorbeeld tentoonstellingen met alleen vrouwelijke of homoseksuele kunstenaars - niet de kwaliteit van het werk, maar de persoonlijke achtergrond van de kunstenaar centraal staat. In het geval van Sanger Caribense is het bovendien maar de vraag hoe Caribisch je de werken nog kunt noemen. De meeste kunstenaars volgden een opleiding aan een Nederlandse academie en hebben in Nederland carriére gemaakt. Vaak herinneren alleen hun exotisch klinkende namen aan hun Antilliaanse achtergrond.

        Rondlopend over de tentoonstelling ga je onbewust toch op zoek naar het Antilliaanse karakter van het kunstwerken. Zouden die zwarte kinderhoofdjes op de kleurrijke schilderijen van Michel Boekhoudt een verwijzing zijn naar de slavenhandel? Neemt de installatie Vreemdgaan van Reynaldo Chirino - een levensgroot beeld van twee omstrengelde figuren die helemaal uit oude schoenzolen zijn opgebouwd - het overspelige karakter van de Antilliaanse man op de hak? En is Miriam Pina's sculptuur van een gestileerde mond gemodelleerd naar de volle, getuite lippen van een Antilliaanse vrouw? Het zijn stereotiepen gedachten, die je niet zou hebben als de werken niet in een Caribische context getoond zouden worden.

        Bij de installatie van Ruben la Cruz, verreweg het meest uitgesproken kunstwerk op de tentoonstelling, is er geen twijfel mogelijk. Zijn werk is een regelrechte aanval op de Nederlandse regering, die in zijn ogen nauwelijks oog heeft voor de problemen op de overzeese eilanden. La Cruz noemde zijn installatie Doodzwijgen van de Antilliaanse kleuren. Het is een rommelige verzameling elektriciteitssnoeren, buizen, visnetten, en krantenartikelen, waartussen voorwerpen liggen die naar de Nederlandse kolonisator verwijzen: een speelgoed zeilscheepje, roze tulpen en een houten klomp. Ernaast staat een stuk karton met daarop een tekst, geschreven in agressieve viltstift letters: "De Joden en Nederlanders. Wij nazaten van slaven hebben traumatische problemen. Pay back time."

        Bij de overige deelnemers lijkt de Antilliaanse achtergrond nauwelijks nog een rol te spelen. Als er al een rode draad in de tentoonstelling te ontdekken is, dan is het de fascinatie die bijna alle kunstenaars hebben voor het menselijk lichaam. Miriam Pina klemde een afgietsel van een mannelijk geslachtsdeel als een gipsen ornamentje in een hoek van de tentoonstellingsruimte. Louis Brown toont drie zwart-witfoto's van een blanke man die met zijn dikke vingers in de vlezige billen van een vrouw knijpt. En Kenneth Olbina hees twee gipsen vrouwenbenen in sexy kousen en zette ze met naaldhakken en al op een marmeren sokkel.

        Ronduit onsmakelijk zijn de foto's die Jossy Albertus op lichtbakken presenteert. Zijn serie "From bad to worse bruised" begint met beelden van onschuldige schaafwondjes en eindigt met opengereten lichamen. Op vier videomonitoren flitsen voortdurend afschuwelijke beelden van huidaandoeningen, open wonden en operaties voorbij - beelden die te luguber zijn om zonder kokhalsneigingen naar te kijken. Hier lijkt iemand de ergste foto's uit een medisch archief te hebben opgeduikeld. En alsof die ervaring nog niet fysiek genoeg is, klinken er uit de boxen dramatische geluiden die het horror effect versterken.

        Het sensatiebeluste werk van Albertus lijkt maar een doel te hebben: het publiek te shockeren. Met zijn Caribische achtergrond heeft dat niets te maken. Het is een eigenschap waar kunstenaars wereldwijd last van hebben, of ze nu uit Nederland, Groot-Brittanni of China komen.

 

 

 

Contact Nelson Carrilho          

 

 

 

 

 

If you did not enter this page through the main page

Go to the main Page          

 

 

 

 

 

 

 Webdesign by Marc Marc Amsterdam . marcmarc@xs4all.nl - www.xs4all.nl/~marcmarc